De klok slaat
het papier ritselt
een meeuw krijst
een man kucht besmuikt
een moeder sust haar kind

ik doe mijn ogen dicht
voel nog zon op mijn huid
mijn oren rusten eindelijk uit 

mijn hoofd herhaalt verhalen
van soldaten en razzia’s
vliegtuigen en vluchten
en van wie nog steeds worden gemist 

en dan dwaal ik af naar een plek 
die steeds dichterbij kwam

achter een verzwaarde deur wachten 
ze samen tot het alarm stopt
de klap dreunt door muren heen
tot mensen en metselwerk het begeven 
een man roept wanhopig namen
het licht dooft terwijl het signaal wegvalt
een moeder sust haar kind –

en het is stil

we dachten dat het voorbij was
spraken de bezwering: dit nooit meer
maar het spreek niet vanzelf

een vlag wringt zich omhoog
we zijn pas twee minuten verder.